Het jaar 2025 is bijna voorbij. Traditiegetrouw is de nadering van de jaarwisseling een moment om vooruit te blikken op 2026 en om het jaar 2025 goed af te sluiten. In deze eindejaareditie aandacht voor zaken die u mogelijk dit jaar nog moet regelen en zaken die volgend jaar van belang zijn.
De hoogte van de inkomstenbelasting over uw Box 3-vermogen hangt niet alleen af van de omvang van uw vermogen, maar ook van de samenstelling ervan. Uw inkomen in Box 3 wordt berekend op basis van fictieve rendementen.
Voor bank- en spaartegoeden geldt in 2025 een fictief rendement van 1,44%. Het percentage voor 2026 is nog niet bekend.
Voor overig vermogen, zoals beleggingen, vorderingen en een vakantiewoning, geldt in 2025 een fictief rendement van 5,88%. In 2026 stijgt dit naar 7,78%.
De peildatum voor het bepalen van uw vermogen in Box 3 is 1 januari van het betreffende jaar.
Om te voorkomen dat vermogen vlak voor de peildatum wordt omgezet van hoog belast naar laag belast vermogen, geldt een antimisbruikbepaling. Als u bijvoorbeeld binnen drie maanden vóór 1 januari beleggingen omzet in spaargeld en deze binnen drie maanden ná 1 januari weer terugzet naar beleggingen, kan de Belastingdienst deze omzetting negeren. Dit gebeurt als u niet aannemelijk kunt maken dat er een zakelijke reden voor de omzetting was.
Op basis van rechtspraak kunt u de Belastingdienst verzoeken om uw Box 3-inkomen vast te stellen op basis van uw werkelijke rendement in plaats van het fictieve rendement. Om gebruik te maken van deze regeling, moet u het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) indienen. Vanaf het aangiftejaar 2025 wordt deze mogelijkheid waarschijnlijk geïntegreerd in de aangifte zelf. Belangrijk: Bewaar alle documenten die uw werkelijke rendement aantonen, zoals:
Bent u van plan een tweede woning te kopen, bijvoorbeeld voor verhuur of als vakantiewoning? Dan loont het om de levering uit te stellen tot 2026.
Waarom? In 2026 wordt de overdrachtsbelasting voor tweede woningen verlaagd van 10,4% naar 8%. Voor een eigen woning blijft het tarief 2%, of onder voorwaarden zelfs 0% dankzij de startersregeling.
Kortom: uitstel kan u een besparing opleveren.
De tarieven voor erf- en schenkbelasting kunnen in de toekomst mogelijk stijgen. Heeft u financiële ruimte? Dan is het verstandig om een schenkingsplan op te stellen. Hiermee kunt u het fiscaal voordelig overdragen van uw vermogen goed plannen.
Voor 2025 gelden de volgende vrijstellingen:
Heeft u een onderneming? Dan heeft u waarschijnlijk in 2025 al een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betaald voor dit jaar.
Aan het einde van 2025 heeft u vaak een beter beeld van uw werkelijke winst. Controleer daarom of uw voorlopige aanslag nog in lijn is met deze winst. Is de aanslag te laag vastgesteld? Pas deze dan tijdig aan om te voorkomen dat u belastingrente moet betalen.
Let op: De onderstaande regeling is nog niet door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen en kan dus nog wijzigen.
Het plan is dat werkgevers vanaf 1 januari 2027 extra loonbelasting moeten betalen wanneer zij een fossiele personenauto van de zaak (auto met CO₂-uitstoot groter dan nul) voor het eerst ter beschikking stellen aan een werknemer.
Er zijn een aantal uitzonderingen. De regeling geldt niet voor bestelauto’s. En ook ondernemers in de inkomstenbelasting met een auto van de zaak vallen niet onder deze regeling. Voor personeel van deze ondernemers geldt de regeling wél.
De reeds bestaande bijtelling voor een auto van de zaak blijft bestaan. De lagere bijtelling voor een auto zonder CO₂-uitstoot vervalt per 2026. Koopt u in 2025 een elektrische auto? Dan profiteert u nog maximaal vijf jaar van de lage bijtelling van 17%.
Dividend uit een BV waarin u minimaal 5% van de aandelen bezit, wordt belast in Box 2. Box 2 kent twee tarieven:
Let op: dividenduitkeringen beïnvloeden de algemene heffingskorting en uw vermogen in Box 3. Het beoordelen van de fiscale gevolgen van een dividenduitkering blijft daarom maatwerk.
Betaalde bedragen voor de aankoop van een lijfrente zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar. Sinds 2023 zijn de aftrekmogelijkheden voor lijfrentepremies aanzienlijk verruimd, waardoor het opbouwen van een (extra) pensioen via een lijfrente fiscaal aantrekkelijker is geworden.
In 2025 kunt u, onder voorwaarden, maximaal 30% van uw inkomen in Box 1 (zoals winst en loon) over het jaar 2024 als lijfrentepremie aftrekken. Hierbij geldt een maximum van
€ 35.798,-. Deze zogenoemde jaarruimte wordt verder beperkt door de pensioenaangroei (factor A) over 2024, als u al pensioen opbouwt bij een pensioeninstelling.
Heeft u in het verleden niet al uw jaarruimte benut? Dan kunt u deze in 2025 alsnog gebruiken door extra lijfrentepremies te storten. Dit heet de reserveringsruimte, die tot 10 jaar terug kan worden benut. In 2025 bedraagt de maximaal te benutten reserveringsruimte € 42.108,-.
Voor vragen of advies over deze onderwerpen kunt u contact opnemen met uw adviseur bij Sibbing Accountants.